Gomez & Bikker

Practice Area

Attorneys

Terralex

News

Publications

Aviation Finance

Intellectual Property

Useful Links

Contact Us

AVIATION FINANCE - PUBLICATIONS



De Cape Town Convention, het Aircraft Equipment Protocol en het International Registry zijn sinds 1 maart 2006 operationeel

 

Mr. B. Patrick Honnebier, LL.M.

 

Of Counsel

Gomez & Bikker

Amsterdam

 

1. Introductie

Het International Registry voor international interests op luchtvaartmaterieel is sinds 1 maart 2006 operationeel. De registratiewerkzaamheden worden door de Ierse onderneming Aviareto[1] uitgevoerd. Het toezichthoudende orgaan is de ICAO[2]. Het International Registry vindt zijn oorsprong in de Convention on the International Interests in Mobile Equipment (CIME) en het Aircraft Equipment Protocol (AEP). Deze instrumenten zijn in november 2001 tijdens een Diplomatieke Conferentie in Cape Town gerealiseerd. De CIME beoogt de goederenrechtelijke problemen op te lossen, die zich bij de internationale financiering van luchtvaartmaterieel voordoen. Daartoe voorziet dit instrument onder meer in de creatie van een autonoom international interest[3]. Dit zakelijke recht omvat: zekerheidsrechten, eigendomsvoorbehoud en (operational en financial) leasing transacties[4]. Alleen deze consensuele rechtsfiguren kunnen de basis van international interests vormen (art. 2 lid 2 sub a-c CIME). Na de registratie in het International Registry verkrijgt zulk een recht in de verdragstaten van de CIME/AEP zakelijke werking (Hoofdstukken IV CIME en III AEP). Onder meer kunnen Nederlandse hypotheken op luchtvaartuigen en pandrechten op vliegtuigmotoren separaat worden geregistreerd. Daarnaast kan onder specifieke voorwaarden een aantal niet-consensuele rechten onder de werking van het regime vallen (artikelen 39 en 40 CIME). Bijvoorbeeld de zakelijke possessore en nonpossesore[5] retentierechten. Het Nederlandse retentierecht[6] van een koper onder eigendomsvoorbehoud van een vliegtuigmotor komt dus voor registratie in aanmerking. Daardoor kan de retentor (luchtvaartmaatschappij) zijn recht handhaven wanneer de verkoper onder eigendomsvoorbehoud failleert. De Conventie regelt ook de prioriteiten van de international interests. Het recht kan in geval van faillissement worden geëffectueerd (art 30 CIME).

 

2. De inwerkingtreding van het regime van de CIME/AEP

Het regime van de CIME/AEP is op 1 maart 2006 in werking getreden. Het is van toepassing, indien de debiteur in een verdragstaat is gevestigd of het luchtvaartuig in zulk een land is geregistreerd. Tot op heden hebben Ethiopië, Ierland, Maleisië, Nigeria, Oman, Panama, Pakistan, Senegal en de Verenigde Staten de instrumenten aanvaard. Canada[7] en andere landen zijn reeds vergevorderd in hun ratificatieprocedures. Voorts heeft de Europese Commissie het voorstel aan de Europese Raad gedaan om bepaalde artikelen van de CIME/AEP namens alle Lidstaten van de EU te ratificeren. Het probleem is evenwel dat momenteel wegens politieke redenen de externe besluitvormingsprocedures binnen de EU worden gefrustreerd[8]. Een en ander betreft de kwestie van de soevereiniteit over de luchthaven van Gibraltar. Ierland heeft evenwel niet willen wachten op een oplossing van dit oude geschil. Als eerste EU-lidstaat heeft het de instrumenten in 2005 aanvaard. De verwachting bestaat dat thans ook andere belangrijke Europese luchtvaart financieringslanden deze stap zullen nemen. Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië hebben de CIME/AEP al ondertekend.

 

3. Het functioneren van het International Registry

De taken van Aviareto en ICAO zijn in de CIME neergelegd (art. 17 CIME). Voorts regelt dit instrument de voorrechten, immuniteiten en aansprakelijkheid van deze organisaties (Hoofdstukken IV en V CIME). Het International Registry is volledig gecomputeriseerd en het betreft een “filing system”. Er behoeven daarom geen notariële akten of andere documenten betreffende de zakelijke nationale rechten te worden geregistreerd. Het systeem zal vierentwintig uren per dag en zeven dagen per week toegankelijk zijn. Om een international interest te kunnen registreren, moet elke partij bij een bepaalde transactie een account bij het International Registry openen. Bij deze rekening behoort een code, waarmee toegang tot het systeem kan worden verkregen. De registratie van het international interest kan plaatsvinden door een elektronisch verzoek in te dienen, dat door een toestemmingsmechanisme wordt beoordeeld. De registratie kan een nationaal recht op een geïdentificeerd luchtvaartuig (airframe), helikopter of vliegtuigmotor betreffen. Het recht wordt onder het serienummer ingeschreven (art. XX AEP). De registratie vindt niet onder de naam van de debiteur plaats. De debiteur moet op elektronische manier toetstemming tot de registratie verlenen. Het regime bepaalt dat een bepaalde partij een derde kan aanwijzen, zoals een notaris- of advocatenkantoor. Deze tussenpersoon kan de inschrijving van het international interest voor de houder verzorgen. De registratie van een international interest heeft effect vanaf het ogenblik dat het in de computer ‘searchable’ is (art. 19 CIME). De potentiële financiers kunnen in het systeem controleren of er een of meer international interests op een luchtvaartuig of motor zijn gevestigd. De kosten die Aviareto bij de registratie van de international interests in rekening brengt zijn de volgende. Zoals reeds opgemerkt, moet elke belanghebbende een rekening openen. Daartoe moet hij allereerst een “user set-up fee” betalen. Hij heeft de keuze uit een gebruik voor een periode van één jaar of vijf jaar. Ook kan door een grote organisatie een vijfjarige toegang tot het systeem ten behoeve van tien verschillende gebruikers worden aangeschaft. De kosten bedragen respectievelijk $ 200.00 voor één jaar, $500.00 voor vijf jaar en $ 2.500,00 voor tien gebruikers gedurende vijf jaar. De registratie van een international interest kost $100.00. Dit betreft een romp (airframe) met al de erbij horende motoren, die deel van één transactie uitmaken. De registratie van een reserve motor kost $ 50,00. De kosten voor elk elektronisch onderzoek bedragen $35.00. Voor de overige relevante informatie betreffende de regelgeving van het International Registry wordt naar de speciale publicatie van ICAO terzake verwezen[9]. Voorts kunnen eerder verschenen artikelen worden geraadpleegd[10].



[2] B.P. Honnebier, The fully computerized International Registry for security interests in aircraft and the Aircraft Protocol will become effective towards the end of 2005, Journal of Air Law and Commerce, 2005, nr. 70, p. 63.

[3] Special Issue Convention of Cape Town, European Review of Private Law, 00/1; Asser-Van Velten, Goederenrecht III, 2003, 153; B.P. Honnebier, De internationale financieringspraktijk heeft wederom behoefte aan een uitbreiding van het bestaande pakket van Nederlandse zakelijke rechten, WPNR 00/6427, p. 914.

[4] B.P. Honnebier, Reeds vijftig jaar is binnen het Koninkrijk het luchtvervoer kostbaar, 50-Jaar Koninkrijk Statuut, december 2005; B.P. Honnebier, The Cape Town Convention and the Aircraft Equipment Protocol: protecting the registered secured interests of airline lessees, Air and Space Law, januari 2005, nr. 1.

[5] Bijvoorbeeld onder de Amerikaanse UCC kunnen nonpossessore retentierechten (liens) worden gecreëerd. Ter verkrijging van derdenwerking (perfection) moeten deze rechten op luchtvaartuigen en motoren bij de FAA worden geregistreerd.

[6] Zie artikelen 3:292 BW, 6:53 BW en 60 Fw.

[7] Canada heeft bijvoorbeeld reeds federale wetgeving geïmplementeerd. Chapter 3 , Statutes of Canada, 2005.

[8] De EU heeft actief aan de realisering van de CIME/AEP deelgenomen. Parlement, PE 332.602, 2003; EU Bulletin, 3-2003, Transport (22/22); Raad, 15904/1/02; Commissie, SEC, 2002, 1308.

[9] Regulations and Procedures for the International Registry, Article 1, ICAO Doc. 9864, Appendix, Fee Schedule, First Edition, 2006. Zie www.icao.int

[10] B.P. Honnebier, Het volledig gecomputeriseerde mondiale registratiesysteem voor zakelijke rechten op luchtvaartuigen zal in 2004 operationeel zijn, WPNR 04/6590, p. 708; Roy Goode, Official Commentary, 2002.