Werknemers Serlimar genieten minder arbeidsrechtelijke bescherming

Serlimar sui generis is een publiekrechtelijk lichaam dat onder andere als taak heeft het inzamelen en verwerken van afval en het onderhoud van gronden van het Land Aruba. In een procedure tussen een werknemer en Serlimar oordeelde het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba (“GEA”) dat de regels in ons burgerlijk wetboek (“BWA”) met betrekking tot arbeidsovereenkomsten niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen Serlimar en deze werknemer. De reden waarom het GEA bovengenoemde regels niet van toepassing oordeelde, is naar aanleiding van een beroep van Serlimar op artikel 7A:1613ij, lid 2 BWA. Volgens dit artikel zijn de regels met betrekking tot arbeidsovereenkomsten (Boek 7A van het BWA) niet van toepassing op o.a. personen in dienst van de overheid. Het GEA oordeelde dat ook in het geval van Serlimar deze regels niet van toepassing zijn en wel aangezien:

  1. Serlimar en de werknemer dit zo waren overeengekomen; en
  2. Serlimar gelet op haar taak niet gezien kan worden als een private rechtspersoon;

De rechter wees de verzoeken van de werknemer af nu deze verzoeken gegrond waren op de artikelen die van toepassing zijn op arbeidsovereenkomst en verder onvoldoende feiten waren aangevoerd om de verzoeken op een andere juridische grondslag te baseren (zoals onrechtmatige daad of wanprestatie). Deze beschikking is weer een voorbeeld van hoe werknemers in dienst van de overheid (niet zijnde ambtenaren) minder bescherming genieten dan de werknemers in de private sector. Wat opvalt is dat van werkgevers in de private sector wel wordt verwacht dat zij zich aan de geldende arbeidswetgeving dienen te houden, terwijl de overheid op de toepassing van sommige van deze regels moet toezien. Diezelfde overheid hoeft zich echter doorgaans minder zorgen te maken over het nakomen van diezelfde regels.

Voor de uitspraak zie: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:101&keyword=serlimar

Concurrentiebeding in arbeidscontracten

Het Burgerlijk Wetboek van Aruba schept de mogelijkheid om een zg. concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst. Voor een geldig concurrentiebeding is vereist: (i) dat het schriftelijk is geschied; en (ii) dat de werknemer meerderjarig is, te weten tenminste 18 jaar. Een dergelijk beding kan voor de werkgever van belang zijn om te voorkomen dat hij (op ontoelaatbare wijze) concurrentie wordt aangedaan nadat het dienstverband is beëindigd. Dit geldt in het bijzonder indien de gewezen werknemer een zodanige functie heeft bekleed, dat hij in bezit is van bedrijfsgevoelige gegevens. Indien een gewezen werknemer, ondanks een overeengekomen concurrentiebeding, voor een concurrent van zijn gewezen werkgever gaat werken kan de werkgever via een kort geding bewerkstelligen dat de gewezen werknemer zijn werkzaamheden, voor hetzij de overeengekomen periode, hetzij voor een periode zoals door de rechter te bepalen zich moet onthouden van concurrerende activiteiten. De werkgever zou voorts aanspraak kunnen maken op een boete of een dwangsom, door de rechter vast te stellen. Indien echter het dienstverband is beëindigd op een wijze dat de werkgever schadeplichtig is geworden jegens de werknemer kan de werkgever geen handhaving van het concurrentiebeding vorderen. Handhaving kan ook onmogelijk blijken indien de werknemer, met een concurrentiebeding, over de jaren, zodanige bevorderingen heeft gekregen en/of dat de aard van de arbeidsverhouding van zo ingrijpende aard is veranderd en dat het concurrentiebeding daarmee zodanig zwaarder op de werknemer is gaan drukken dat opnieuw verlangd moet worden dat het concurrentiebeding overeengekomen moet worden. Tot slot moet worden opgemerkt dat in Nederland vérgaande voorstellen liggen die de werking van concurrentiebedingen in contracten beperkt. Nu een Arubaanse rechter daar mogelijk mede belang aan hecht, is – los van de omstandigheden van het bewuste geval – voorzichtigheid geboden.

Aruba and The Kingdom of Saudi Arabia execute art. 83bis Agreement ICAO

The Department of Civil Aviation of Aruba (DCA) and General Authority of Civil Aviation of Saudi Arabia (GACA), has executed and ICAO 83bis Agreement which allows Aruba registered aircraft to operated commercially under a Saudi AOC’s issued by GACA. ARABASCO  is the first operator to place under its Ops Specs the first Aruba registered aircraft with the nationality marks P4-NOF.

In accordance with the International Civil Aviation Organization (ICAO), the 83bis Agreement, allows both authorities to share regulatory oversight responsibilities between the State of Registration (Aruba) and the State of Operation (KSA) of the aircraft, thus ensuring the safety of the aircraft and its operations. The execution of the 83bis Agreement marks the level of committed partnership and cooperation for maintaining the highest standards in air safety and regulatory compliance with ICAO by both States and its Civil Aviation Authorities, and it is an indication of the safety oversight, reputation and commitment to assist the aviation industry at large.