
Procedures in Eerste Aanleg deel 2In een eerder artikel hebben wij uitgeweid over de deelnemers in een civiele procedure in eerste aanleg. In dit artikel gaan we het hebben over de gang van zaken van het begin tot einde van het geding. Inleidend verzoekschrift De meeste procedures beginnen met een schriftelijke oproep aan de gedaagde (de verdedigende partij) om voor het gerecht te verschijnen. De eiser (de partij die naar de rechter is gestapt) of zijn advocaat stelt het verzoekschrift op. In het verzoek staat wat de eisende partij van de gedaagde wil. Er moet zo duidelijk mogelijk in staan wat er aan de hand is en welke bewijzen en getuigen de eiser wil inbrengen. Bewijsstukken zijn documenten waarmee de eiser probeert aan te tonen dat hij gelijk heeft. Voorbeelden zijn nota’s, contracten of garantiebewijzen. Om er zeker van te zijn dat het verzoekschrift officieel bij de gedaagde aankomt, moet een deurwaarder het document aan de gedaagde overhandigen. Als hij niemand aantreft zal de deurwaarder het stuk in principe aan de officier van justitie overhandigen. Andere procedures beginnen weliswaar ook met een verzoekschrift maar eindigen niet in een vonnis, maar met een beschikking of uitspraak. Een werkgever of werknemer bijvoorbeeld kan een verzoekschrift indienen, waarin hij vraagt of de rechter een arbeidsovereenkomst wil ontbinden. Ook een huwelijk kan via een verzoekschrift worden beëindigd. Bij ambtenarenzaken heet de beslissing van de rechter “uitspraak”. Verweer De gedaagde kan op het verzoekschrift reageren met een schriftelijk verweer. Daarin kan hij aangeven dat hij het oneens is met de vordering. De gedaagde moet zo duidelijk mogelijk uitleggen waarom hij de vordering onterecht vindt. Ook moet de gedaagde aangeven over welke bewijzen en getuigen hij beschikt. Het verweer heet ook wel conclusie van antwoord. Het verweer kan ook mondeling worden gegeven, wanneer de gedaagde in persoon voor het gerecht verschijnt en zijn argumenten voor de rechter brengt. Nadat de gedaagde zich heeft verweerd, krijgt de eiser de kans om daarop te reageren. Deze reactie van eiser op het verweer van gedaagde wordt conclusie van repliek genoemd. In de regel gebeurt zo’n reactie schriftelijk, maar eiser kan ook mondeling reageren. Na de conclusie van repliek heeft de gedaagde nogmaals de kans het laatste woord te voeren. Deze reactie van gedaagde op de reactie van eiser heet conclusie van dupliek. Alleen in uitzonderlijke gevallen volgt daarna pleidooi maar meestal komt na de dupliek het vonnis van de rechter. Verstek Het kan gebeuren dat een gedaagde niet op de vordering van de eiser reageert en niet op de zitting verschijnt. In dat geval kan het gerecht verstek verlenen. Meestal betekent dit dat het gerecht de eis van de eiser overneemt in haar vonnis en dat de gedaagde de kosten van de procedure moet betalen. Dat zijn de kosten van de oproep via de deurwaarder, de griffierechten en een gefixeerd bedrag als tegemoetkoming voor de kosten die de eiser heeft gemaakt. Gedaagde kan het verstek zuiveren, door, voordat het verstekvonnis wordt uitgesproken, in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat, voor het gerecht te verschijnen en alsnog zijn verweer te voeren. Tegen een verstekvonnis kan de gedaagde in verzet gaan bij het gerecht. Dit is iets anders dan hoger beroep. De gedaagde moet nu de eiser laten oproepen en geeft in die oproep aan waarom hij het niet eens is met de vordering. De procedure gaat dan als het ware verder waar hij geëindigd is. Vonnis of vervolg? Nadat de conclusie van dupliek is ingediend beslist de rechter hoe de procedure verder verloopt. Vaak wijst de rechter een eindvonnis, maar het kan voorkomen dat de rechter meer informatie nodig heeft voor hij dat eindoordeel kan geven. De procedure krijgt dan een vervolg. De rechter kan de partijen bijvoorbeeld vragen om meer uitleg te geven. De rechter kan de partijen ook vragen om meer bewijzen en partijen moeten dan nieuwe documenten aanleveren of getuigen laten horen. Nadat de rechter het dossier heeft bestudeerd, doet hij uitspraak. De rechter kan de vordering van de eiser geheel of gedeeltelijk toewijzen of afwijzen. Daarnaast moet de verliezende partij de proceskosten betalen. Proceskosten bestaan bijvoorbeeld uit de kosten van de oproep, het griffierecht, getuigen en de advocaat. Het gerecht stuurt de uitspraak naar beide partijen. Als een advocaat optreedt namens de eiser, stuurt het gerecht de uitspraak naar de advocaat. Na de uitspraak moet de verliezende partij daar zo snel mogelijk aan voldoen. Als dit niet gebeurt, kan de winnende partij een deurwaarder inschakelen. De deurwaarder kan afdwingen dat de verliezende partij de uitspraak nakomt. Hij kan bijvoorbeeld beslagleggen op goederen of op loon van de verliezende partij. Ook kan hij, bijvoorbeeld in huurzaken, met hulp van de politie een woning ontruimen. De kosten van het inschakelen van de deurwaarder moet de verliezende partij dragen. Indien de verliezende partij het niet eens is met het vonnis van de rechter kan hij binnen een door de wet bepaalde termijn hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (Hof). Dit aspect zal in een volgend artikel meer uiteen worden gezet.
|