Gomez & Bikker

Practice Area

Attorneys

Terralex

News

Publications

Aviation Finance

Intellectual Property

Useful Links

Contact Us

PUBLICATIONS - DUTCH


Select an article:


Over toezicht en opsporing; ken Uw rechten

Overheidsfunctionarissen hebben verschillende (wettelijke) bevoegdheden om de rechtsorde te handhaven. Deze bevoegdheden worden ondergebracht onder twee noemers: (1) toezicht; en (2)opsporing. Er zijn een aantal verschillen tussen deze methodes van handhaving. Toezicht is het preventieve middel om na te gaan of de wet wordt nageleefd. Opsporing is een repressief middel, die pas wordt gebruik als er sprake is van een strafbaar feit. In dit geval worden opsporingsbevoegdheden gebruikt. Ter illustratie een tweetal voorbeelden.

Voorbeeld 1
Wanneer de politie een verkeerscontrole houdt is zij preventief bezig. Bijvoorbeeld bij controle op rijden onder invloed, kunnen bestuurders van auto’s worden verzocht om te stoppen en mee te werken aan een (voorlopige) ademtest. In dat geval wordt de betrokken bestuurder niet verdacht van het plegen van een strabaar feit, te weten rijden onder invloed. Dit gebeurt pas indien na de blaastest blijkt dat de bestuurder het toegestane alcoholpromillage in zijn lichaam heeft overschreden. Op dat moment wordt hij als een verdachte beschouwd, aangehouden en overgebracht naar een politiebureau om een volledige ademanalyse of bloedtest te doen. In zo’n geval is er sprake van een overgang van toezicht naar opsporing. Indien het toegestane alcoholpromillage in het lichaam niet is overschreden, kan de bestuurder zijn weg vervolgen.

Voorbeeld 2
Indien bij de politie een verkeersongeval wordt gemeld, waarbij een der betrokkenen is weggereden, is er sprake van een strafbaar feit. De politie op straat zal dan op zoek gaan naar een specifiek voertuig die aan het signalement voldoet. Op moment dat de bestuurder wordt aangetroffen, wordt hij als verdachte aangemerkt en overgebracht naar een politiebureau voor verhoor. Ingeval er geen sprake is van rijden onder invloed, of ongeval met fatale gevolgen, wordt de bestuurder in de regel na verhoor vrijgelaten. Hij moet dan afwachten of hij voor het plegen van het strafbaar feit wel of niet zal worden vervolgd. Dit alles valt onder de noemer opsporing.

Wie is bevoegd tot toezicht?
Met het toezicht op de naleving van de wet zijn alleen bevoegd die ambtenaren aan wie deze bevoegdheid bij wet is toegekend. Niet alle ambtenaren hebben immers deze bevoegdheden. De ambtenaren die wel zijn bevoegd, zijn zij die bij wet als zodanig zijn aangewezen om toezicht te houden op een bepaald gebied.

Een ambtenaar die bij de DOW werkzaam is, kan belast zijn met bouw- en woningtoezicht. Hij kan voor of tijdens de bouw controleren of er een bouwvergunning is en of aan alle voorwaarden van de vergunning is voldaan. Indien dat niet het geval is, kan hij bepaalde maatregelen treffen. Dit kan echter niet mondeling geschieden, maar schriftelijk door middel van een beschikking. Diezelfde ambtenaar van de DOW is bijvoorbeeld niet bevoegd om toezicht te houden bij de douane of politie. Daarvoor geldt een aparte en specifieke aanwijzing. 

Wie is bevoegd tot opsporing?
De bevoegdheid tot opsporing wordt geregeld in het Wetboek van Strafvordering. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend door o.a. ambtenaren van het Korps Politie Aruba en de Landsrecherche. Ook de Procureur-generaal en de Officier van Justitie hebben opsporingsbevoegdheden. Deze hebben allen een algemene opsporingsbevoegdheid. Sommige ambtenaren hebben ook bijzondere opsporingsbevoegdheden. Die bevoegdheid wordt via een specifieke wet geregeld.

Welke rechten en plichten komen aan de burgers toe?
Een burger komt in principe slechts met een opsporingsambtenaar in aanraking als er sprake is van een strafbaar feit. Een opsporingsambtenaar kan een burger slechts staande houden en naar zijn gegevens vragen als deze persoon wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit. Zonder reden kan een opsporingsambtenaar iemand niet zonder meer vragen zich te identificeren. Dit kan pas als er sprake is van enige verdenking dat een strafbaar feit is gepleegd.

Wordt een verdachte aangehouden dan moet hij meteen naar een politiewacht worden overgebracht voor verhoor. De politie heeft zes uren de tijd om de verdachte te verhoren. Indien het onderzoek zulks nodig acht, kan een (hulp)officier besluiten om de verdachte nog twee dagen vast te houden. Dit heet inverzekeringstelling. Wanneer de verdachte, na die 2 dagen, in vrijheid wordt gesteld, betekent dat niet dat zijn zaak niet voor zal komen. De officier van justitie zal aan de hand van het bewijs in zijn zaak besluiten of de verdachte voor moet komen of niet.

Verschillen en overeenkomsten tussen toezicht en opsporing
Het toezicht heeft voornamelijk te maken met administratieve regelingen. De opsporing heeft voornamelijk te maken met strafbepalingen. Bij het toezicht is de persoon die aan toezicht is onderworpen verplicht daaraan mee te werken. Bij opsporing is een verdachte niet verplicht daaraan mee te werken (bijv. zwijgrecht). Het resultaat van toezicht is in de regel een rapport of verslag, waarin een persoon wordt gewaarschuwd, dan wel een beschikking van de daartoe bevoegde, inhoudende een intrekking van een vergunning.

Het resultaat van opsporing is in de regel een proces-verbaal, waarbij de officier kan besluiten tot strafvervolging. Over de sanctie in het geval van toezicht beslist de overheid; bij opsporing wordt over de sanctie beslist door een officier van justitie of een rechter. Zowel bij toezicht als bij opsporing dienen de daarmee belaste ambtenaren zich te legitimeren, voordat zij de bevoegdheid kunnen uitoefenen. De ambtenaren dienen in beide gevallen aan de burger mede te delen op grond waarvan zij medewerking vragen dan wel zij de opsporingsbevoegdheid zullen uitoefenen.

Indien het U van tevoren niet duidelijk is wat de grondslag is van de controle of toezicht door de ambtenaar; vraag ernaar, dat is Uw goed recht!

Milko G. A. Baiz
milko@gobiklaw.com